Schuldgevoel in stervorm (aflevering 3)

Ik wist niet zeker of ik kinderen wilde.
Tijdens babyborrels hield ik me liever op de achtergrond, bij voorkeur nippend aan een glas prosecco, terwijl ik toekeek hoe mijn vriendinnen zich met wijd uitgestrekte armen rond de pasgeborene drongen, als een rommelige Circle of Life-choreografie. Vrouwen van mijn leeftijd, gewapend met ellebogen en gemanicuurde nagels, vastberaden om als eerste het kersverse kind te claimen. Een rugbyploeg van hormonale extase.
Wanneer de baby dan toch ongevraagd in mijn armen werd gelegd – ik kon immers al eens 'oefenen' – durfde ik me nauwelijks te verroeren. Ik bleef krampachtig in dezelfde houding zitten, onwennig en overweldigd, doodsbang dat ik het kind zou laten vallen en voorgoed verbannen werd uit de vriendengroep. Mijn moederinstinct even onbereikbaar als de fles prosecco in de koelemmer.
Mijn man accepteerde mijn twijfels en legde de beslissing in mijn handen. We trouwden. We kochten een huis. De druk werd groter. Terwijl vrouwen in mijn omgeving spraken over rammelende eierstokken en tikkende klokken, had ik nog steeds geen idee wat ik wilde. Ik voelde helemaal niets. Mijn moeder stelde me gerust: verlangen laat zich niet inplannen. De goedbedoelde e-mails van mijn schoonmoeder – 10 manieren om je vruchtbaarheid te boosten – bleken dan weer minder effectief.
Het schuldgevoel over moeder-zijn begint lang voordat je het werkelijk bent. Schuldig om het gebrek aan moederinstinct. Schuldig om je aarzelende kinderwens. Schuldig om niet te voldoen aan de norm, om de afkeurende blikken in je hoofd, de twijfels, de onzekerheid, de angst om de verkeerde beslissing te nemen. Een schuldgevoel zonder precies te weten wat je nu eigenlijk verkeerd hebt gedaan.
Mijn moeder kreeg uiteindelijk gelijk. Het verlangen naar een kind werd steeds sterker. Mijn moederinstinct had me ingehaald, hoewel er meteen weer nieuwe twijfel ontstond: Was mijn verlangen opgewassen tegen de verpletterende verantwoordelijkheid van een kind?
Ondertussen ben ik bijna negen jaar moeder en – ook al is het me gelukt mijn kinderen nooit uit mijn armen te laten vallen – voel ik me nog steeds schuldig. Ze krijgen te veel schermtijd. Te veel cadeautjes. Ze vechten te hard, te vaak, te wild. Als ontbijt mengen ze vier soorten cornflakes in één pot. Ik maak geen brooddozen met aparte vakjes. Ik snijd geen worteltjes in stervorm. Ik heb geen zin om voorleesmoeder te zijn. Ik haat smalltalk aan de schoolpoort. Er zijn te veel regels. Er zijn te weinig regels. Ik ben te streng, te laks, te bemoeizuchtig, te onverschillig. Ik ben alles wat ik nooit dacht te zijn en ik hou ervan.
Het schuldgevoel is verschoven, hoewel het nog steeds niet duidelijk is wat ik verkeerd heb gedaan.
Gelukkig weten mijn kinderen het altijd beter dan ik.i
