Doodbraaf

14-10-2026

Mijn karma draagt een boekentas en heeft een grote mond.

Het gebeurt tijdens een les over Plato. Een meisje achteraan zegt dat ze 'de relevantie niet helemaal voelt'. Dat is pubertaal voor: ik heb geen zin en wil toch intellectueel lijken. De klas lacht. Ik ook bijna, wat gevaarlijk is. Een leerkracht mag veel, maar niet te zichtbaar laten merken dat een leerling een goed wapen heeft gekozen.

'Dat mag,' zeg ik. 'Maar dan ga je de relevantie toch even schriftelijk onderzoeken.'

Ze slaakt een zucht en rolt met haar ogen. Ik herken de zucht; ik heb hem zelf jarenlang geperfectioneerd. Voor me zit mijn zestienjarige zelf, maar dan met betere sneakers en een tragisch abonnement op TikTok.

In het vijfde middelbaar veranderde ik van school. Niemand kende me. Ik kon zijn wie ik maar wilde. Tijdens de eerste les Nederlands kregen we de opdracht om een weetje over onszelf op een briefje te schrijven. Ik besloot mijn nieuwe leerkracht meteen kennis te laten maken met mijn literaire ambities en schreef dat ik aan een boek werkte.

Alleen wist ik niet dat hij de briefjes zou voorlezen. De klas moest raden wie wat had geschreven. Terwijl hij het ene briefje na het andere voorlas, begon ik mijn beslissing steeds minder briljant te vinden. Toen het mijne aan de beurt kwam, kleurde ik knalrood. Mijn gezicht bleek weinig talent voor geheimhouding te hebben. Twee dagen op mijn nieuwe school en ik was het pretentieuze meisje dat een boek schreef.

Mijn schroom bleek bijzonder selectief. Als lid van de leerlingenraad had ik ontdekt dat vergaderingen een uitstekend excuus vormden om lessen te missen. Na afloop vroeg ik bij elk nieuw lesuur aan de leerkracht of ik de brandveiligheidsvoorschriften mocht toelichten. Dat brandveiligheid tijdens de vergadering niet eens ter sprake was gekomen, leek me een detail.

De bedoeling was om zo lang mogelijk vooraan te blijven staan zonder dat de leerkracht me terug naar mijn plaats stuurde. Een vriendin hield de tijd bij. Mijn persoonlijk record bedroeg zeventien minuten. Achteraf bekeken was mijn beroepskeuze onvermijdelijk. Gelukkig word ik er tegenwoordig voor betaald.

Aan enthousiasme heeft het me nooit ontbroken. Ik las boeken voor mijn plezier en engageerde me voor zowat ieder schoolproject. Tegelijkertijd werd ik geregeld de klas uitgestuurd omdat ik mijn mond niet kon houden. Ik kleurde buiten de lijntjes, maar verliet nooit het kleurboek.

De les over Plato is voorbij. Het meisje op de achterste rij blijft nog even hangen. Ze doet alsof ze iets zoekt in haar boekentas. Dat doen pubers wanneer ze willen praten maar weigeren toe te geven dat ze willen praten. Haar boekentas is een open wond van papier, lippenbalsem en half opgegeten koeken.

'Mevrouw,' zegt ze. 'Was u vroeger eigenlijk een brave leerling?'

Ik herken de blik en onderdruk een glimlach. Ze kruist haar armen over elkaar. Er zit verdacht weinig verschil tussen een lastige leerling en een enthousiaste leerkracht.

'Ik was een doodbrave leerling.'

Share