de kracht van hoge hakken (aflevering 2)

19-03-2026

Op de eerste schooldag draag ik altijd hakken.

Het is mijn manier om zelfzekerheid te veinzen, een poging tot het trotseren van de tientallen blikken op mijn gezicht. Elke stap is een schaakstuk. Berekend. Trefzeker.
Het getik op de tegels als dekmantel voor mijn ongemak.

Pubers zijn meedogenloos. Vanaf het moment dat je als leerkracht het klaslokaal betreedt, vallen alle zekerheden weg. Ze zien alles. Ze registreren alles. Je ademt diep in, recht je rug en doet alsof je weet waarmee je bezig bent, beseffende dat elke blunder, elke verspreking, elke kapotte rits of verkeerd geknoopte blouse onherroepelijk tot je ondergang kan leiden.
Langzaam maar zeker voel je alle houvast wegglippen tot er niets overblijft dan lijdzaam toekijken hoe het klaslokaal transformeert tot een arena van afkeurende blikken, hun opgetrokken wenkbrauwen en rollende ogen als permanente afwijzing van je gezag. Lesgeven is een strijd.

Tijdens mijn lerarenopleiding werd een oplossing aangeboden. Een gastdocent drama raadde aan om, als een leerling je gezag ondermijnt, hem recht in de ogen te kijken tot hij als eerste wegkijkt. Een simpel trucje om arrogante leerlingen op hun plaats te zetten en voor eens en altijd duidelijk te maken wie de touwtjes in handen heeft. 'Gezag is de kunst van niet wegkijken.' Ik had kunnen weten dat dramadocenten een voorliefde hebben voor tragedies.

De dag nadien besloot ik het trucje in de praktijk te brengen. Na de zoveelste waarschuwing aan de zelfverklaarde klasclown van de vijfdejaars, sloeg ik mijn armen over elkaar, leunde tegen het bureau en keek de leerling in kwestie strak aan, precies zoals de docent had geadviseerd. Na tien seconden ononderbroken oogcontact begon ik me licht ongemakkelijk te voelen. De jongen wendde zijn blik niet af. In de plaats daarvan krulde hij zijn mondhoeken tot een scheve glimlach en keek recht terug, zijn blik onbevreesd – een pokerface die de zet van zijn tegenstander afwacht.

Na nog eens tien seconden voelde ik paniek opwellen. In mijn hoofd vervloekte ik de dramadocent en zijn tegeltjeswijsheden, terwijl ik me steeds nadrukkelijker afvroeg waar de grens lag tussen gezag en ongepast gedrag jegens minderjarigen. Ik was vierentwintig jaar en had geen idee waar ik mee bezig was.

'Je hoeft niet rood te worden, mevrouw!'
Ik verbrak meteen het oogcontact. Met een nerveus lachje hervatte ik de les, schijnbaar onverstoorbaar, het gegniffel van de leerlingen en mijn laatste restje waardigheid uitdovend in de achtergrond. Onbevreesde leerling versus naïeve beginnende leerkracht: 1-0.

Sindsdien vertrouw ik alleen nog op mijn eigen instincten. En op de kracht van hoge hakken. 

Share