De (on)zekere wereld van Julie

37 jaar, moeder van twee zonen en leerkracht Nederlands. Verliefd op Max Porter en Connie Palmen. Parttime volwassene die het leven onder controle heeft; fulltime navigator door chaos en rondslingerende legoblokjes. Fervente voorstander van de reddende kracht van ironie, zelfrelativering en prosecco. En sinds kort officieel: struggelende schrijfster van columns.
Over moederschap zonder Pinterest-perfectie, pokerfaces in de klas en professioneel doen alsof je weet waarmee je bezig bent. Over de rommelige werkelijkheid achter het keurige plaatje. Over zelfvertrouwen dat komt en gaat. Over het leven, de dood en alles daartussenin.
Soms scherp, soms zacht, altijd eerlijk.
Welkom in mijn (on)zekere wereld.
Volg me op Instagram
Aflevering 1
KONING VAN DE LEGOTOREN

'Ik ben de mooiste van de hele wereld!'
Mijn jongste zoon zet een stap dichter naar de spiegel, heft zijn kin omhoog en kruist zijn armen over elkaar. Zo blijft hij enkele seconden staan, kordaat en onbevreesd, zijn SpongeBob-pyjama slobberend om zijn lijf als een cape van ongelimiteerd zelfvertrouwen.
'Nietes!' roept mijn oudste terwijl hij zijn broer een duw geeft tegen zijn schouder. 'Ik ben de mooiste! En ook de sterkste!' Zijn stem klinkt vastberaden, doordrenkt met de vanzelfsprekende autoriteit waarmee eerstgeborenen alles beter weten. Om zijn woorden kracht bij te zetten, stroopt hij zijn pyjamahemd naar boven en trommelt enkele keren met zijn handpalmen op zijn blote buik.
Ik lig languit op bed en kijk toe hoe mijn zonen hun plek opeisen voor de spiegel, blakend van zelfvertrouwen, duwend en discussiërend over wie de grootste spierballen heeft, terwijl ik me afvraag hoe lang deze schijnbaar onverwoestelijke zelfzekerheid nog zal standhouden.
Mijn kinderen hebben weinig last van bescheidenheid. Finn is naar eigen zeggen zowel de beste rekenaar als de snelste lezer van de klas. In Noahs maandelijkse ranglijst van beste vrienden prijkt zijn eigen naam steevast in de top drie. Wanneer ik naar hun talenten pols, volgt een ellenlange opsomming aan kwalificaties: kampioen beybladen, meester in verstoppertje, koning van de hoogste legotoren, uitvinder van geheime handdrukken – een mini-cv van kleine mensen met grootse ambities.
Stel ik dezelfde vraag aan mijn zestienjarige leerlingen, dan blijft het oorverdovend stil in de klas. Sommigen halen hun schouders op, anderen prutsen wat aan hun pennenzak, terwijl de rest me aankijkt alsof ik zojuist een onoplosbaar vraagstuk uit de kwantumfysica heb voorgelegd. Nu ben ik na twaalf jaar lesgeven inmiddels wel gewend aan verwarde blikken en bijhorende radiostilte; deze keer overspoelt me toch een golf van teleurstelling. Wanneer zijn we gestopt met het schaamteloos etaleren van onze talenten? Met geloven dat we onverslaanbaar zijn? Met onszelf de mooiste van de hele wereld te vinden? Wanneer zijn we gestopt met onszelf mee te rekenen als beste vriend?
Enkele dagen na de spiegelstrijd zit ik in de zetel tussen mijn kinderen en lees hen een Griekse mythe voor. 'Er was eens een vrouw, genaamd Helena, die de allermooiste was van de hele wereld en …' 'Mooier nog dan jou, mama?' onderbreekt Noah me. Mijn jongste zoon kijkt me aan met grote, vragende ogen. Geen ironie. Geen spot. Oprechte verwondering, alsof het idee dat er een mooiere vrouw zou bestaan dan zijn mama ronduit absurd was.
Ik glimlach. 'Je hebt gelijk,' zeg ik. 'Dat is inderdaad onmogelijk.' Noah knikt goedkeurend en nestelt zich dichter tegen me aan. Ik sla mijn arm om hem heen, geef hem een kus op zijn kruin en begin opnieuw. Zelfvertrouwen is besmettelijk.
'Er was eens een vrouw, genaamd Helena, die bíjna even mooi was als ik.'

