Boekbesprekingen

Tekst hier invullen...

Niet elke meting is heilzaam

Simon Rozendaal betoogt dat onze angst niet groeit omdat de wereld onveiliger wordt, maar omdat onze meetinstrumenten té goed worden. We meten te veel, te frequent en te nauwkeurig. Hij noemt dit de "meetrevolutie". Waar we vroeger in milligrammen maten, meten we nu in picogrammen (een biljoenste gram).

We vinden overal wel sporen van 'iets' (PFAS, fijnstof, microplastics). Omdat we "iets" vinden, concluderen we dat er een "gevaar" is, terwijl de feitelijke risico's voor de volksgezondheid vaak historisch laag zijn. Vergelijk het maar met het winnen van de lotto, maar dan net omgekeerd. Het kan. De kans is reëel, maar hoe groot is die echt.  

Rozendaal beklemtoont:

De wet van de afnemende meeropbrengst:

Hoe meer we meten, hoe meer "ruis" we vinden die we vroeger simpelweg niet zagen.

Het voorzorgsprincipe als verstikking:

De politiek durft geen risico's meer te accepteren, waardoor elke minieme meting leidt tot peperduur beleid (zoals de stikstofcrisis).

Journalistieke sensatiedrang: Media vertalen "een spoor gevonden" direct naar "we worden vergiftigd", zonder de dosis-effectrelatie uit te leggen.

Toch kritisch blijven. Ook naar mensen die graag relativeren. Opletten voor het cumulatief effect. Ach ja, één hamburger eten kan echt geen kwaad. Maar maak er toch maar geen gewoonte van.